Berichten

Opvallend veel cliënten hebben de laatste weken dezelfde drempel genomen: ze hebben een ongewoon gesprek aangeknoopt met iemand om wie ze geven. Sommigen van hen wensten al jaren een dieper gesprek te voeren met hun vader of moeder of een goede vriendin. Maar iets hield hen tegen.

Ze waren bang voor de reactie van de ander; wat zouden ze van hen vinden? Wat als ze het gesprek af zouden ketsen? Hen ineens in een ander daglicht zouden zien als ze zichzelf werkelijk lieten zien? In hun kwetsbaarheid? De vriendschap zouden verbreken? Of ze waren bang voor hun eigen reactie: “Misschien ga ik wel huilen.”

En dan vroeg ik: “Wat voel jij als een ander jou in vertrouwen neemt en zichzelf aan je bloot geeft?” Steevast was het antwoord positief: het voelt heel bijzonder als iemand je in vertrouwen neemt en: ik voel me verbonden met de ander.

Jezelf bloot durven geven aan een ander, maakt de weg vrij voor de ander om zich bloot te geven aan jou. En dat kan weer ruimte maken voor echte, oprecht verbinding. Andersom geldt ook dat als we onszelf niet werkelijk (durven) laten zien aan een ander, het gesprek altijd aan de oppervlakte blijft en werkelijke verbinding uitblijft…

Merk je dat het gesprek met een geliefde aan de oppervlakte blijft, terwijl je eigenlijk best de diepte in zou willen gaan? Haal dan diep adem en stel de vraag die je wilt stellen, of vertel wat je op je hart hebt. Je zult zien dat de ander het net zo fijn vindt om een echt gesprek met jou te voeren.

Zeg eens:

  • met wie zou jij een echt gesprek willen beginnen?
  • wat houdt je tegen?
  • en wat heb je nodig om die drempel toch te nemen?

Doe het maar gewoon. You won’t be disappointed. Of zoals een cliënte van me zei: “Ik vraag me nu af waarom ik het in vredesnaam zo lang heb uitgesteld…” Kun je een steuntje in de rug gebruiken? Laat het me weten, ik help je graag!

 

 

 

Ik vind mensen op hun allermooist als ze huilen. Als mensen in jouw nabijheid huilen, mag je namelijk een glimp van hun ware ik zien. En dat zie ik als een groot compliment. Omdat de ware ik normaal gesproken schuilgaat achter vele laagjes bescherming.

Laagjes die zijn opgebouwd op momenten waarop ons gezegd werd dat het zwak was om te huilen, wanneer papa of mama zeiden: “Die tranen zijn toch nergens voor nodig?”, of “Nu heb je wel genoeg gehuild, hup, flink zijn nu!”. Of de momenten waarop we voelden dat ons openlijke verdriet anderen ongemakkelijk maakte. Het zijn allemaal momenten die ons hebben geleerd dat huilen in het openbaar niet oké is.

Huilen doe ik zowat dagelijks. Om grote dingen, zoals het gemis van mijn twee jaar geleden overleden papa, als ik me machteloos voel, als ik geraakt wordt door lieve woorden van een vriendin, als ik het verdriet van een ander voel… Maar ook om hele kleine dingen: lieve filmpjes van puppy’s op Instagram, of om een heel mooi liedje, wat misschien weer herinneringen raakt.

Mijn tranen vloeien moeiteloos en ik doe ook geen enkele moeite meer om ze tegen te houden. Omdat ik voel dat het goed is om mijn lichaam te laten doen wat het wil. Omdat ik klaar ben met vechten. Tegen wat dan ook.

Cliënten verontschuldigen zich vaak voor hun tranen. “Sorry hoor”, zeggen ze dan, ondertussen hun ogen verwoed droog deppend. En dat is jammer. Je tranen tegenhouden is niet natuurlijk. Tranen willen stromen. Als tranen stromen, komt er wat in beweging. Oud zeer, weggeduwd waar we hopen dat het voor altijd verstopt blijft, komt vrij. En dat lucht op. Het maakt ruimte in je lijf. Ruimte voor iets nieuws…

Hoe is dat voor jou?
* Wat doet jou verdriet?
* En wat ontroert je?
* Wanneer houd jij je tranen in?
* En bij wie mogen ze stromen?

Dit zijn prachtige vragen om over te journallen: schrijf zonder pauze jouw antwoord op elke vraag. En laat je verrassen door de inzichten die het je brengt. Voel je dat er veel verdriet in je zit, maar lukt het jou niet om erbij te komen, laat staan het te laten stromen? Óf vind je dat heel spannend? Geef me dan even een seintje. Ik help je er graag bij.