Berichten

Ik vind mensen op hun allermooist als ze huilen. Als mensen in jouw nabijheid huilen, mag je namelijk een glimp van hun ware ik zien. En dat zie ik als een groot compliment. Omdat de ware ik normaal gesproken schuilgaat achter vele laagjes bescherming.

Laagjes die zijn opgebouwd op momenten waarop ons gezegd werd dat het zwak was om te huilen, wanneer papa of mama zeiden: “Die tranen zijn toch nergens voor nodig?”, of “Nu heb je wel genoeg gehuild, hup, flink zijn nu!”. Of de momenten waarop we voelden dat ons openlijke verdriet anderen ongemakkelijk maakte. Het zijn allemaal momenten die ons hebben geleerd dat huilen in het openbaar niet oké is.

Huilen doe ik zowat dagelijks. Om grote dingen, zoals het gemis van mijn twee jaar geleden overleden papa, als ik me machteloos voel, als ik geraakt wordt door lieve woorden van een vriendin, als ik het verdriet van een ander voel… Maar ook om hele kleine dingen: lieve filmpjes van puppy’s op Instagram, of om een heel mooi liedje, wat misschien weer herinneringen raakt.

Mijn tranen vloeien moeiteloos en ik doe ook geen enkele moeite meer om ze tegen te houden. Omdat ik voel dat het goed is om mijn lichaam te laten doen wat het wil. Omdat ik klaar ben met vechten. Tegen wat dan ook.

Cliënten verontschuldigen zich vaak voor hun tranen. “Sorry hoor”, zeggen ze dan, ondertussen hun ogen verwoed droog deppend. En dat is jammer. Je tranen tegenhouden is niet natuurlijk. Tranen willen stromen. Als tranen stromen, komt er wat in beweging. Oud zeer, weggeduwd waar we hopen dat het voor altijd verstopt blijft, komt vrij. En dat lucht op. Het maakt ruimte in je lijf. Ruimte voor iets nieuws…

Hoe is dat voor jou?
* Wat doet jou verdriet?
* En wat ontroert je?
* Wanneer houd jij je tranen in?
* En bij wie mogen ze stromen?

Dit zijn prachtige vragen om over te journallen: schrijf zonder pauze jouw antwoord op elke vraag. En laat je verrassen door de inzichten die het je brengt. Voel je dat er veel verdriet in je zit, maar lukt het jou niet om erbij te komen, laat staan het te laten stromen? Óf vind je dat heel spannend? Geef me dan even een seintje. Ik help je er graag bij.

Omarm je emoties

Naast me, op het bankje in het stadspark, zit een jonge vrouw die moeite heeft met het tonen van haar gevoelens. De tranen die zo nu en dan opwellen, veegt ze snel weg. Dat is wat haar is meegegeven als kind: emoties zijn lastig, die stop je weg. En dat is wat ze doet als jonge vrouw. Ze legt de lat hoog voor zichzelf. Zowel op werkgebied als op persoonlijk vlak. Bij anderen wil ze het gezellig houden. Daar is ze het liefst enkel haar sprankelende ik. Haar chagrijn en boze buien stopt ze dan weg.

Maar ze is moe. Moe van het wegstoppen. Haar lijf doet zeer. Houdt haar in zijn greep. En zelfs nu, nu ze haar ongemak zo pijnlijk voelt, vraagt ze zichzelf om sterk te blijven.

Ze is niet de enige. Velen van ons zijn opgegroeid met de gedachten dat emoties lastig zijn. Dat we tranen maar moeten wegslikken. Dat anderen geen last hoeven hebben van onze mindere kanten; ons verdriet, onze angst, onze boosheid, onze twijfels en zorgen. En dus leven we naar buiten een leven dat er vooral gezellig uitziet. Terwijl we soms van binnen doodgaan…

Onze uitdaging is om ook de donkere kanten in onszelf te omarmen. Ze zíjn er, en ze zijn deel van ons. Kun je je voorstellen dat we – wanneer we onze schaduwkanten ontkennen – een gedeelte van onszelf ontkennen? Als boosheid, verdriet en angst er niet mogen zijn, dan zijn we maar de helft van ons. En als we slechts de helft zijn van onszelf, dan zijn we dus niet zo krachtig als we zouden kunnen zijn. Een half ei is geen ei, immers.

Omarm je emoties. Maar hoe doe je dat dan?
Stap 1: Ga op verkenning. Wat zit er allemaal in mijn lijf dat ik nooit heb willen zien? Voel maar, schrijf er maar over. En voel steeds een stukje dieper, verken steeds een stukje verder.
Stap 2: Doorvoel. Welke emoties kom je tegen? Kijk eens of ze er mogen zijn van jou. Kijk eens of de tranen mogen vloeien, de boosheid eruit mag komen, de angst gevoeld mag worden. Laat het maar gewoon gebeuren; je kunt het hebben, echt waar.
Stap 3: Forceer niets. Als het je te veel wordt, dan is het genoeg voor vandaag en ga je morgen gewoon weer verder.

In dit hele proces – in het hele leven – geldt: wees lief voor jezelf. Dat betekent dat je mag stoppen met vechten. Als er tranen zijn, laat ze dan stromen. Laat er boosheid zijn als je boosheid voelt. En gun het jezelf om gewoon jij te zijn. Je bent goed genoeg. Ook als je verdrietig bent of bang, ook als je boos bent of chagrijnig, ook als je geen zin hebt in wat dan ook. Omarm je emoties. After all, you’re only human.