Hoe zie jij een ander?

“Mama, hoe denk je dat mensen jou zien als ze jou voor het eerst tegenkomen?”, vraagt mijn 9-jarige zoon me. “Pfoeh”, reageer ik, “wat een vraag….” Ik denk er even over na. En net voor ik het wil gaan invullen, krijg ik zo’n aha-momentje. Zo eentje uit de Donald Duck, waar bij Willy Wortel ineens een lampje boven zijn hoofd opplopt. En ik hoor mezelf zeggen: “Dat ligt er maar net aan wie degene is die naar mij kijkt.”

Hoe vaak heb ik als kind, tiener en als volwassene niet geworsteld met mijn uiterlijk, mijn voorkomen. Hoe vaak heeft dat stemmetje in me niet geroepen: ze vinden je dik, ze vinden je lelijk, ze vinden je net een jongen! En hoe vaak heb ik mezelf zo niet kleiner gemaakt dan ik was? Hoe vaak durfde ik niet naar andermans ogen te kijken, omdat ik bang was daarin diepe afkeuring te ontmoeten? Hoe vaak durfde ik niet de Mac Donalds in, omdat ik dacht dat iedereen die me dat zag doen zou zeggen: ‘die zal d’r dikke kont ook wel houden?

En hoe mooi is het, dat je dan op je 42-ste, dankzij een vraag van je jongste, ineens beseft dat dat in míjn hoofd zat? En dat ik op geen enkele manier invloed heb op hoe anderen over me denken? Dat het zelfs letterlijk onmogelijk is om het voor elkaar te krijgen dat iedereen me leuk vindt? Ofwel, dat elk individu mij opmerkt op dezelfde manier?

Iedereen bekijkt de wereld en de medemens op zijn eigen, unieke manier. Met de kennis, ervaringen, normen en waarden van hem- of haarzelf. Als ik een andere vrouw zie lopen, dan kijk ik naar haar lichaam, omdat ik mezelf daar altijd op heb afgerekend. Als ik naar de ander kijk, dan hecht ik waarde aan puurheid en oprechtheid, omdat ik dat zelf ook als belangrijke waarden heb. Ik kijk naar hun haren, omdat dat het enige aan mijn lijf is waar ik trots op ben.

Als jij iemand anders ontmoet, let je – in eerste instantie – waarschijnlijk op hele andere dingen. Gulheid, humor, kracht, handigheid, sociale intelligentie, ogen, borsten, voeten, wat dan ook. Je let op datgene waar jij bij jezelf waarde aan hecht. En als je een dunne kont hebt en je bent daar tevreden mee, dan bekijk je elke dikke kont misschien met afgrijzen. Ben je daarentegen niet tevreden met je slanke derrière, dan kijk je misschien verlekkerd en jaloers naar elke volle dame die voorbij loopt.

Kortom, probeer je nog steeds jezelf te gedragen en te vormen naar datgene waarvan jij denkt dat de ander het waardeert? Stop daar dan maar snel mee, want dat is simpelweg niet mogelijk. Dat besef alleen al, geeft me nu al ontzettend veel rust.

Dankjewel, lieve zoon. Blijf maar veel van dit soort vragen stellen.